maandag 17 juni 2013

C: Monty Don, video's

Als je bekend bent met BBC-programma Gardeners' World, dan ken je ook Monty Don, één van de presentatoren die al jaaaren aan dat programma verbonden is. Wat ik nog níet wist was dat hij in 1999 een serie had met de titel "Fork to Fork" (van riek tot vork) op de Britse tv. Een serie van 6 afleveringen over zijn ecologische moestuin door het jaar heen, mét recepten om te maken van de oogst. Kijk, dat is nog eens een leuke ontdekking om toevallig tegenaan te surfen. (Met dank aan YouTube want in '99 was ik zelf nog druk bezig met afstuderen, had bovendien geen televisie én geen ontwikkelde moestuinaspiraties.)

Nog vers in m'n geheugen lag de serie van (mede-BBC-Gardeners' World-presentatrice) Alys Fowler. Haar serie van "The Edible Garden" uit 2010 (klik hier) lijkt er wel iets van weg te hebben, en had me al een behoorlijke boost inspiratie gegeven. Ik ging ik er dus eens lekker voor zitten.. Moeten jullie ook doen.
Wel een woord van waarschuwing vooraf, bij Monty geldt de overtreffende trap van groot, groter, grootst en veel, meer, meest. Alleen het formaat van zijn keuken is al ongeveer gelijk aan menig Nederlandse woonkamer, laat staan zijn achtertuin!! Oogst wordt daar met volle kruiwagens binnengereden. Dat geeft een ietwat vertekenend beeld van wat de gemiddelde moestuinder aan resultaat kan verwachten, maar afgezien daarvan...best genieten. Ik krijg in ieder geval meteen zin om óf naar de moestuin te gaan, óf in de keuken te gaan staan.

Veel plezier!
Hmmm. Iets lukt er niet bij het uploaden van deze aflevering van de serie.
 Voor deel 1 over aardappelen, wortelen, bieten en pastinaak: klik hier.



Hmmm. Iets lukt er weer niet. Voor deel 4 van deze serie, over pompoenen en courgettes: klik hier.


Hmmm. Iets lukt er nog steeds niet qua uploaden. Voor deel 6 over appelen, pruimen en peren: klik hier.


Tot slot wil ik graag nóg een filmje van de Britse televisie delen. Niet van Monty Don, maar misschien wel iets grappiger gebracht. Het is 'n enkele aflevering van een reeks genaamd: "How to be a gardener." Deze specifieke aflevering gaat over 'the productive garden', oftewel, de moestuin... Het is een redelijke traditionele benadering maar evenzogoed leuk om naar te kijken. Laat dat maar aan de Britten over.. en aangezien het inmiddels regent buiten....


maandag 10 juni 2013

C: Basilicum

Als iets me aan de zomer doet denken dan is het wel de geur van basilicum op je bord. Dus als de zon eenmaal een beetje krachtig wordt is dat ook een van de eerste dingen die ik thuis ga zaaien. Meestal in pot, ik heb gemerkt dat dat beter gaat dan in de volle grond.
Maar dit jaar duurde de komst van de zomer wel zooo lang! Er leek geen einde te komen aan dat koude voorjaar. Van zaaien was voorlopig geen sprake, leek wel. Dus op een gegeven moment ben ik eens gaan uitproberen of ik iets kon met de potjes basilicum van de supermarkt. Niet om meteen op te eten maar om te gebruiken om uit te planten en verder te laten groeien. Of als stekplant. Om zo toch alvast een beetje voorsprong te krijgen.
Nu moet je goed beseffen dat de plantjes van de supermarkt helemaal niet bedoeld zijn om als plant te behouden, maar meer om binnen een paar dagen kaal te plukken en op te eten. Het zijn eigenlijk slappe sprieterige kasplantjes die helemaal niets gewend zijn. Een beetje een experiment is het dus wel.

Ze zitten ook met hun wortels als een kluitje op elkaar, veel te dicht op elkaar gezaaid zodat de wortels elkaar al gauw gaan verstikken in hun zoektocht naar voedingsstoffen.

Dus het eerste wat ik deed was de kluit delen in kleinere stukken (dat gaat vrij makkelijk door het met beide handen van elkaar te scheuren) om het vervolgens in een grotere pot uit te planten met lekker veel ruimte en extra voeding voor de wortels.

Tot slot knipte ik de toppen eruit. De rode pijltjes geven aan waar de groeipunten zitten en als je ervoor zorgt dat je knipt tot vlak boven een groeipunt dan zullen daar de bladeren gaan vertakken en geeft dat dus een bossige groei. (Dat is iets wat je bij alle basilicumplanten altijd kunt toepassen om te voorkomen dat ze te sprietig uitgroeien.) In dit geval zorgt het er ook voor dat de plant minder verdampt en dus hopelijk beter aanslaat in de nieuwe pot.

Dus van het kleine potje op de voorgrond werd de plant verdeeld over twee grotere potten. De linkerpot al helemaal getopt, rechts nog wat slappe sprieten.

Overigens at ik de topjes niet op maar gebruikte die om mee te gaan stekken. Daarvoor haalde ik een aantal blaadjes weg zodat er alleen aan de bovenkant van het topje nog een paar blaadjes bleven zitten en zette die in een bekertje met water.

Eigenlijk werkt het 't makkelijkst om een plasticfolie over een bekertje te spannen en daar een paar gaatjes in te prikken zodat daar de stekjes in kunnen hangen. Het slappe steeltje gaat namelijk al snel krullen en daardoor zou anders het stekje omlaag in het water zakken zodat de blaadjes nat worden en kunnen gaan rotten. Door het folie blijft alles mooi droog. Zorg wel dat het waterniveau hoog genoeg is zodat de stengeltjes zich niet uit het water kunnen krullen.

De stekjes in de plastic bakjes gingen naar binnen op de (soms) warme verwarming voor het raam. 
De twee uitgeplante basilicumplanten in pot stonden soms buiten in het waterige zonnetje en bij koude nachten altijd binnen.

Na 2,5 week waren al duidelijk de nieuwe worteltjes zichtbaar! In de tussentijd had ik af en toe het water opnieuw verschoond. 

Ter vergelijking: Munt is het snelst met het vormen van wortels op deze manier. Binnen een dikke week zag ik al wortels groeien. Hier zijn de wortels al op een lengte dat ik ze kan gaan uitplanten in de grond.

De slappe nieuwe stengels van de citroenverbena, die ik als experiment ook meenam deden er het langst over.  En van de vier scheutjes kregen er maar 2 wortels. Wel schoten ze aan de bovenkant enorm uit met veel extra blad. Ik denk dat als je die blaadjes wat meer in de perken houdt er wellicht meer energie naar de wortels gaat? Als ik deze uitplant in de grond zal ik zeker weer een stuk van de top afknippen.

Bij de basilicum wachtte ik tot de wortels ongeveer zo lang waren als op de foto voor ik ze ging uitplanten in de licht bemeste grond. Hier was dat zo'n 4 weken nadat ik de topjes voor het eerst in het water zette. Je moet er wel rekening mee houden dat het nog waterwortels zijn, dus hield ik de grond in het begin nog vrij vochtig (niet nat) en zette de pot op een licht maar beschut plekje. Niet in de volle zon! Als ik het idee heb dat er erg veel groot blad is t.o.v. de wortels knip ik soms een puntje van het blad af om te veel verdamping tegen te gaan.

Ter vergelijking. De stekjes in het voorste potje op bovenstaande foto zijn topjes van de originele uitgeplante supermarktplantjes die erachter staan. Hmm, welke zien er het best uit!! (Ter verdediging van de ouderplanten.. ze hebben wel een periode van het koude voorjaar meegemaakt, maar echt goed bijgetrokken zijn ze niet sinds ik ze kocht en uitgeplant heb.)

Hebben de stekken een paar dagen op een beschut plekje gestaan dan mogen ze in een grotere pot met meer voeding én meer in de zon. Nu kunnen ze aan hun echte groei gaan beginnen. De ouderplant in zwarte pot is inmiddels weer zover om opnieuw stekken van te nemen, zo blijven we vrolijk doorgaan.

Mijn conclusies van dit experiment:

  • Wil je het meeste halen uit een gekocht kasplantje van de supermarkt? Knip dan wat topjes uit de plant en gebruik die om waterstekjes van te nemen. Zo heb je zeker een voorsprong op het starten vanuit zaad. Gebruik de rest van de plant om snel helemaal op te eten. Uitplanten geeft weinig resultaat.
  • Wil je juist wél een plantje om uit te planten? Ga dan naar een tuincentrum. Daar zijn de plantjes beter opgekweekt om de overgang naar volle grond of grotere pot te overleven. Bovendien zijn daar vaak ook eco-plantjes van basilicum te koop, voor de bewuste kiezers. Neem ook dán stekjes van de topjes, dat kan nooit kwaad. Het zorgt ervoor dat de originele plant voller uitgroeit doordat het zich door het toppen meer vertakt, en je hebt meteen een tweede fase aan basilicumplantjes in de maak. (In het kader van: hoe meer/langer basilicum, hoe beter.) Van de tweede fase plant kun je te zijner tijd weer topjes stekken voor de derde fase enz enz. Zo kun je een hele zomer doorborduren op één gekochte plant. Handig!! 
  • Of wacht tot de zomer doorbreekt en start vanuit zaad. Het is kwantitatief goedkoper maar het vergt wel iets meer geduld voor de basilicumliefhebbers.  Maar.. daar staat tegenover dat er eigenlijk toch niets leuker is dan om helemaal vanuit een zaadje te beginnen en een plantje te zien opgroeien. Bovendien, planten die zijn opgegroeid in hun eigen seizoen zijn altijd het allerlekkerste en meest ecologisch.
  • Of doe een mix van bovenstaande punten. Kopen, eten, uitplanten, toppen én zaaien!! Dan zit het wel goed met die basilicum deze zomer!

zondag 9 juni 2013

C: Brandnetel, soep en gier.

Eigenlijk ben ik en beetje te laat met het schrijven van deze blog over de brandnetel, door alle drukte vanwege het nieuwe stuk moestuin is het blijven liggen, heb pas vandaag de tijd om het verhaaltje bij de foto's te schrijven. Inmiddels zijn de brandnetels namelijk een stuk groter en taaier gegroeid, en is op zonnige stukken de zaadvorming al begonnen, dat maakt ze een stuk minder geschikt om zowel soep als gier van te maken.
Maar als je net even terug in de tijd gaat, de periode voordat de zon opeens ruimschoots begon te schijnen en we allemaal nog vol smart zaten te wachten op een beetje warmte in dat langdurige koude voorjaar, dát was de tijd waarin ik met keukenhandschoenen en een plastic zak het bos in trok om een flinke hoeveelheid brandnetel te oogsten. Voor mezelf én voor mijn plantjes.

Regels voor wildplukken/ foerageren:

Ga je erop uit om voedsel te foerageren dan zijn daar wel wat (morele) regels aan verbonden. Het is immers voedsel wat je niet zelf geplant hebt, op een stuk grond wat niet van jou is. Voor eigen veiligheid en respect voor dier en natuur houd je best rekening met het volgende.
  •  Officieel moet je altijd toestemming vragen aan de eigenaar van de grond om te mogen plukken. Van openbare plekken is de eigenaar vaak de gemeente. Staan de planten niet op de lijst van beschermde soorten dan is het plukken van kleine hoeveelheden toegestaan (mits er in de desbetreffende gemeenteverordening niets afwijkends staat over wildplukken.) In de praktijk gebeurt het natuurlijk niet snel dat je bij een openbare plek toestemming gaat vragen om wat groen te plukken (voor jezelf of je konijn/kippen etc.) Gelukkig wordt het in de praktijk ook vaak gedoogd. Gebruik je gezonde verstand. Is de grond overduidelijk van een particulier dan ligt het gevoeliger en hoor je dus netjes toestemming te vragen. Beschermde natuurgebieden zijn uiteraard geen optie.
  • Zorg dat je héél goed weet wat je plukt. Niet alles is eetbaar. Sommige planten zijn zelfs erg giftig. Bij twijfel niet plukken en al helemaal niet eten!
  • Kies alleen gezond ogende planten uit op een plek waar je geen verontreinigingen verwacht door verkeer, industrie, pesticiden etc.
  • Wees niet inhalig! Houd altijd in je achterhoofd dat die plant er niet staat speciaal voor jou, maar zie het in een groter geheel, als onderdeel van een ecosysteem. Daaruit volgt vanzelfsprekend dat je dus let op de omgeving. Roei de soort op die plek niet helemaal uit maar laat wat over voor de grond, de dieren en de oogst voor volgend jaar. (Er is volgens mij een indianenregel die stelt dat je de eerste 7 planten moet laten staan voordat je mag gaan plukken)  Pluk ook niet meer dan je nodig hebt! Let op waar je gaat staan en laat geen rommel achter. 
  • Hygiëne. Was de planten bij thuiskomst goed in een beetje azijnwater want vaak zitten er nog insecten tussen de bladeren en je weet natuurlijk nooit wie er op geplast heeft!  (Uit volledigheid moet ik het van mijn man even hebben over de vossenlintworm (echinococcus multilocularis). Het is uiterst zeldzaam maar zeer gevaarlijk voor de mens. Wilde bosbessen, paddenstoelen, valfruit etc. kunnen ermee besmet zijn. In Nederland komt die lintworm in grensprovincies voor (aangetoond in Zuid-Limburg en Groningen.) Grondig wassen en (véél beter nog) koken is de manier om te voorkomen dat het in je systeem komt. 10 minuten op 60 graden tot 1 minuut op 100 graden. Voor de zekerheid eet je bosoogst dus niet rauw.)

Brandnetelsoep:

Erg gezond want rijk aan vitamine C en ijzer. Maar wat mij er zo in aantrekt is dat er ook wordt beweerd dat het verlicht bij allergische aandoeningen (hooikoorts, etc) maar ook dat het gewoon erg lekker is.

Gebruik voor de soep alleen de malse bovenste topjes van de jonge plant. Pas op want ze prikken nu nog steeds, dus handschoenen zijn wel nodig.
Ik volg geen echt vast recept. Meestal begin ik door wat ui en knoflook in een grote pan te fruiten. Daarbij gaan de gewassen brandneteltopjes met een klein beetje water of aanhangend vocht, en roer ik het door tot de topjes wat geslonken zijn. Dan gaat er (groenten)bouillon bij en laat ik alles voor 10-15 minuten zachtjes koken. (als ik heb een aardappel of 2 erbij.) Dan alles pureren met een staafmixer en op smaak brengen met peper en zout. Tot slot eventueel wat kookroom of crème fraîche erbij en garneren met wat groens.
Maar ik kan me voorstellen dat een klein pepertje, of voor het gemak wat kruidenroomkaas, of andere groenten als spinazie, warmoes etc. ook erg lekker kan zijn.
Meestal maak ik een grote pan en vries ik het overschot in. Heerlijk!

Voor het koken. 

 Na het pureren. Hmmmm!


Brandnetelgier:

Dit is absoluut niet voor menselijke consumtie, maar wel extra lekker en voedzaam voor de planten in de tuin. Stikstofrijk, groeistimulerend, en vol mineralen voor het bodemleven. Ik maak het meestal gelijk met de brandnetelsoep want alles wat daarvan overblijft nadat ik de bovenste topjes heb afgesneden kan gebruikt worden voor de gier. Zorg wel dat je geen brandnetels gebruikt waar al zaden aan zitten want anders krijg je hetzelfde als wat mijn goede vriend Ko overkwam.. een eigen kweek aan brandneteltjes in je tuin! Knip dan de kopjes eraf en gebruik alleen stengel en blad. Al met al iets meer werk.

Neem een emmer waar je de brandnetels in doet (ik knip ze vaak eerst in kleinere stukjes) en zoveel water dat de brandnetels onder staan. Eventueel kun je er een steen inleggen zodat de bladeren onder water blijven maar zelf doe ik dat eigenlijk nooit. Wel doe ik er een schepje lavameel bij. Dat zou de geur wat moeten neutraliseren, want reken maar dat dit later gaat stinken!!
Dek de emmers af en laat ze een poosje staan. Een week of twee. Je kunt het af en toe doorroeren (met neus dicht). 

En dan krijg je uiteindelijk zoiets. Een aftreksel van rottende brandnetel. De plantjes zijn er GEK op! Er zijn verschillende theorieën of je het nu verdund of onverdund aan de planten moet geven. Zelf denk ik dat het alletwee kan. Op jonge kwetsbare zaailingen zou ik het verdund geven maar zijn planten al wat meer gevestigd dan kan het er onverdund bij. Zelfs de drab kun je rond de plant leggen.

Brandnetelmulch:

Wat je ook kunt doen met (niet zaaddragende) brandnetels is ze bij de voet afsnijden (dus geen wortels erbij) en zo in hun geheel als bedekking tussen je planten op de bodem leggen. Het werkt dan als een soort mulch en voedt te zijner tijd de planten terwijl het verdort en wordt opgenomen door de grond. Met m'n nieuwe stuk moestuin heb ik een hoop brandnetels geërfd, die ik allemaal geoogst heb en tussen de planten in de bakken heb gelegd. Dat betekent voeding aan de ene kant en makkelijker opschonen aan de andere kant. Win-win.

Tweede kans:

Later in het seizoen is de brandnetel overigens weer door z'n zaadvorming heen (de wittige sliertjes die er aanhangen) en kun je ze weer veilig gebruiken voor mulch, gier en zelfs nog soep! Een soort "toetje" dus nog! Altijd fijn, tweede kansen!