woensdag 30 januari 2013

C: Moestuin deel 5: Bemesten


Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 5:

Bemesten:

Iedereen die een moestuin heeft en daar oogst van afhaalt, zal vroeger of later moeten bemesten. Je haalt immers voedingsstoffen uit de grond weg, in de vorm van oogst, die weer aangevuld zullen moeten worden. Met bemesten maak je het mogelijk om de nieuwe oogst weer van voedingsstoffen te voorzien. Doe je dit niet dan raakt de grond uiteindelijk uitgeput, en daarmee ook je oogst.

NPK:

Als je gaat bemesten zijn er 3 voedingsstoffen die het belangrijkste zijn. Dat zijn Stikstof (N), Fosfor (P) en Kalium (K). Overigens zijn dit niet de enige stoffen waar je op moet letten, maar omdat vaak meststoffen in een NPK-verhouding gemeld worden, behandel ik ze apart.

Stikstof-nitrogen (N): Zorgt voor de bladgroei van een plant. Het werkt aan de opbouw van eiwitten waarmee een gewas in een goede kleur en sterkte groeit. Daarmee speelt stikstof een sleutelrol in de voedingsstoffen. 
Stikstofgebrek komt bij zandgronden vaker voor omdat het de neiging heeft om uit te spoelen bij regen. Ook een koud voorjaar of het veel inwerken van bijvoorbeeld stro of houtsnippers "vreet" stikstof waardoor er een tekort kan onstaan.
Te weinig stikstof uit zich in gewassen met gele bladeren onderaan de plant en een ondermaatse groei.
Te veel stikstof zorgt voor een snellere groei maar óók voor zwakkere planten, vatbaar voor ziektes. Teveel stikstof verbrandt de plant en geeft veel blad, weinig bloem. Als je teveel stikstof hebt gestrooid kun je extra kalium strooien voor evenwicht.
Bron: Stalmest, bloedmeel, hoornmeel.

Fosfor-phosphorus (P): Versterkt de capaciteit van een plant. Een gezond wortelstelsel, de bloem- en zaadgroei en de vruchtrijping. Het is ook belangrijk in de eerste groeifase van de plant. Fosfor spoelt minder snel weg bij regen. Fosforgebrek komt voor als er teveel ijzer en aluminium in de grond zit, en bij zuurdere grond.
Te weinif fosfor uit zich in gewassen met een vertraagde groei, en een dofpaarse of donkerblauwgroene bladkleur.
Bron: Meststoffen, beendermeel, thomasslakkenmeel.

Kalium-potassium (K): Zorgt voor de stress-bestendigheid en algemene weerstand van een plant. Een sterk wortelstelsel, stevigheid, scheutgroei en het beschermt tegen droogte. Vooral voor vruchtdragende gewassen. 
Te weinig kalium uit zich in gewassen door bruine randen langs de bladeren (soms ook vlekken, omkrullen en afvallen) De vruchten hebben een vale kleur.
Te hoog gehalte aan kalium geeft gedrongen groei, uitval en magnesiumgebrek.
Bron: Compost, houtas, vinasse-extract.

De hoeveelheid NPK staat vaak als een verhouding weergegeven, waaruit je kunt opmaken hoe de samenstelling van deze drie voedingsstoffen ten opzichte van elkaar is.)
 Een paar voorbeelden:
NPK 15:1:1 bij bloedmeel, hoog in stikstof dus. 
NPK 5:2:2 bij visafval
NPK 20:20:20 bij kunstmest (op alle fronten heel hoog)
NPK 1:1:1 bij oude stalmest (meer een grondverbeteraar dan een voedingsstof)

Waarom organische meststoffen, en geen kunstmest:

Als je gaat bemesten heb je de keus uit organische meststoffen of minerale meststoffen (kunstmest). Bij een ecologische moestuin kies je nóóit voor minerale (kunst)mest. En als ik iets kan benadrukken dan is het om vooral ook GEEN kunstmest te gebruiken. Nooit!

Een kunstmest is samengesteld in een voor de plant makkelijk opneembare vorm, de minerale vorm. Het zorgt voor rechtstreekse voedingsstoffen in zeer hoge concentraties. De plant krijgt een groeistoot. Dat klinkt heel  positief maar hogere NPK-waarden betekenen niet automatisch gezondere planten. Je overbemest al heel gauw. En snel groeien maakt je plant juist slap en vatbaar voor ziektes. 
Daarnaast is het grote nadeel van kunstmest dat het absoluut helemaal niets doet ter verbetering van het bodemleven. Voor de organismen die in de aarde leven rondom te planten, de structuur van de grond. Met als gevolg dat de bodem juist verslechterd (bijvoorbeeld dichtslaat) en verarmt.
Organische meststoffen daarentegen worden niet meteen door de plant opgenomen maar moeten eerst worden afgebroken naar een voor de plant opneembare minerale vorm. Deze afbraak gebeurt in de bodem door het bodemleven. Organismen zoals wormen, insecten, bacteriën, gisten en schimmels doen dit. Een rijk bodemleven zorgt niet alleen voor een goede "voorvertering" voor de planten, doordat het leeft en kruipt onder de grond verbetert het ook de structuur, de beluchting etc.

Een goede bodem is grond waarin afgestorven plantaardig materiaal, verweerd gesteente (mineralen), lucht en water aanwezig is. De structuur is goed, kruimelig en doorlatend met een evenwichtig bodemleven en een goede zuurgraad. Als er iets is waar je goed voor moet zorgen, dan is het de bodem. Het is letterlijk de basis van een goede oogst.

Wat nog meer:

Waar kunststof (enkel NPK) ook geen rekening mee houdt is welke andere voedingsstoffen of elementen de bodem nodig heeft naast stikstof, fosfor en kalium. 
Magnesium bijvoorbeeld is iets wat op lichte zandgronden ook snel uitspoelt. Een gebrek daaraan zie je door vergeling van de bladnerf (rest van blad nog groen) Bron: Kieseriet, epsomzout.
Boor (Borium) spoelt ook op zandgronden snel uit. Te weinig boor geeft breekbare stengels, groeistoornis en uitval. (teveel is schadelijk voor bepaalde fruitbomen)
Mangaangebrek geeft bladspikkels, IJzergebrek geeft zwakke stengels en vergeling van het blad tussen de nerven. etc. 
Door het gerbuik van organische mest, zoals bijvoorbeeld oude stalmest, waar van nature meerdere elementen inzitten, vang je dat probleem op. Kunstmest doet dat niet.

Extra aandacht vraagt het gebruik van Kalk in de tuin. Kalk verbetert de vertering van organisch materiaal in de grond waardoor voedingsstoffen beter worden vrijgegeven. Het is ook het middel waarmee je de zuurgraad van de grond bepaalt. De Ph-waarde. Sommige planten houden juist van kalkrijke of juist zure grond. De meeste planten zitten echter het liefst iets onder de Ph 7 (in ieder geval boven de Ph 4,8) (Hoe hoger het getal hoe kalkrijker en dus minder zuur) Zandgronden zitten rond de Ph 5,5-6,5. Kleigronden zijn vaak zuurder. Kalk bijstrooien is dus bijna altijd een must. Maar pas op, als je alleen kalk geeft en geen meststoffen dan raakt de grond letterlijk uitgemergeld.
Er zijn bij tuincentra testjes te koop waarmee je de zuurgraad van je grond kunt testen.

Hoe en wanneer bemesten:

Organische meststoffen zorgen voor een langzame afname en kunnen in principe het hele jaar gegeven worden. Toch zijn er ideale en minder ideale perioden. Na half augustus wordt er over het algemeen niet meer bemest. In de herfst en winter is de tuin in rust en hoeft er ook niet bemest te worden. (Op zandgronden loop je dan overigens ook de grote kans dat het meeste gewoon wegspoelt.) De meest gebruikte periode is in het voorjaar. Vanaf maart, eventueel nog een keer rond de langste dag. (Goed verteerde stalmest, gedroogde koemestkorrels, compost, bloedmeel etc.)

Kalk geef je tussen november en begin februari. Zorg daarbij dat er minimaal één maand zit tussen kalken en zaaien, want kalk werkt kiemremmend.

Wat bemesten:

Niet ieder gewas vraagt trouwens evenveel bemesting. En niet ieder gewas doet het even goed op een mestgift. In het volgende delen ga ik daar dieper op in.

C: vogel versus kat

Mijn lieve kat Wurre is nou niet bepaald de grootste vogelvriend die er is. Het liefst jaagt ze erop, of loert ze ernaar met allemaal moorddadige gedachten in haar kopje. Gelukkig vaak zonder succes. Vogeltjes zijn haar toch te slim af. (Muisjes daarentegen worden wel regelmatig dood thuisgebracht, evenals allerlei rubberen voorwerpen zoals verschrompelde ballonnetjes, postelastieken of de buurvrouws tuinhandschoenen.)

Toch is Wurre de laatste tijd de grootste investeerder in ons huishouden in het goede doel "Help de vogels".
Elke avond als ze thuis bij me op de bank komt liggen ga ik namelijk met een borsteltje door haar vacht. Ze zit nu zo prachtig in een vol wintertenue, maar heeft met die nattigheid buiten al gauw last van klitjes.
Alle haren die ik losborstel bewaar ik in een oud uiennetje en hang ik over een maandje buiten om de vogeltjes te voorzien van heerlijk warm nestmateriaal. Want reken maar dat het zacht is en prima isoleert!

Overigens, hondenharen zijn ook prima geschikt voor dit doel (al heb ik hondjes die niet verharen.)
Of anders kun je een netje maken met allemaal kortgenipte restjes wol in vrolijke kleuren. Geloof me als ik zeg dat de vogeltjes daar straks heel erg blij mee zullen zijn!

Deze foto maakte mijn man trouwens afgelopen week in de moestuin. Over het lange pad leek het net of een kat en een vogel gezellig samen in de sneeuw een stukje opgelopen waren.

De kat zou vast willen dat dat waar was geweest!
Anders Wurre wel!

vrijdag 25 januari 2013

M: vest veranderen

Vorig jaar of misschien al het jaar daarvoor had ik een vestje gekocht. Ik was meteen verliefd op de kleurtjes en het feit dat het gebreid was. Want oh, wat een werk als je dat zelf zou willen doen...
Al in de winkel vond ik de kraag die er toen op zat veel te groot/dik en wit en de mouwen te lang, maar ik had ook gezien dat daar wat aan te doen was. Dus toch maar gekocht. Thuis inderdaad meteen de kraag eraf gehaald en drastisch versmald. In plaats van de 15 cm bij de nek hield ik maar zo'n 3 cm overal over. De mouwen een stukje uitgehaald, opnieuw afgekant en de kleurtjes die ik nu over had gebruikt om het witte gedeelte bovenaan wat te verhullen. Een hele verbetering al, maar ik merkte dat ik het vest eigenlijk nooit aandeed. Te wit, niet mijn kleur (dat wit), het maakte te bleek.


En zo belandde het op de stapel van kleren/lappen stof waar ik ooit nog wat mee wilde doen. En nu was het dus zover...


Het plan was die witte kraag eraf! en er iets blauws/paars/antraciet er voor in de plaats .Die kleuren had ik liggen. En zonder extra stof werd het te smal en te koud rond mijn nek.




Na even puzzelen, spelden, passen, weer uithalen, opnieuw en zo een paar keer (van wie is de uitspraak: "met passen en meten wordt de meeste tijd versleten", hij/zij had groot gelijk!) werd dit het resultaat.

Best tevreden en ik draag het weer, missie geslaagd!



M: anti griep wonder

Het is weer de tijd van het jaar, en al ben ik zelf niet heel veel ziek (vind ik zelf dan, mijn man denkt er anders over...), als het zover is dan is het neusverkouden of de griep. En het is een zussenkwaal. Chantal heeft het erger en vaker dan ik en zij is dan ook al heel wat verder in allerlei huismiddeltjes tegen van alles en nog wat. Maar nu zij is geveld door "de ergste griep sinds tijden" en ik even bij haar langs ging om de hondjes uit te laten, vond ik het tijd om eens rond te snuffelen op alles wat helpt. En ik kwam dit tegen, baat het niet dan schaadt het niet en is het gewoon een lekkere thee. Altijd goed dus!!


Anti-griep-wonder (klinkt al goed...)
1 citroen
2 cm verse gember
snufje kaneel
honing

glazen pot om het in te bewaren, in de koelkast

1 theelepel in een kopje gekookt water als thee (zo heet mogelijk drinken) of 1 theelepel zo uit de pot voor het slapen.



Wat ik erg prettig vind, is dat het gewone ingrediënten zijn, die je met een beetje geluk al gewoon in huis hebt. Je hoeft ook niks moeilijks te doen, ook fijn. Het is in 5 minuten klaar, ook leuk.

Dit is wat je doet: je snijdt de citroen in dunne schijfjes en stopt het al in de pot. Gember schillen en in dunne plakjes snijden, doe je ook in de pot. Snufje kaneel erbij en het geheel vullen met de honing.

Bij mij kwam de honing tot ongeveer 1 a 2 cm boven de schijfjes citroen en gember. Maar daar kun je zelf mee variëren. Goed roeren zodat de smaken in elkaar overgaan. Je zet het in de koelkast en je gebruikt het naar behoefte. Het blijft in de koelkast zo'n 2 à 3 maanden goed.
Uit ervaring weet ik nu dat het ook gewoon lekker is als thee, dan pak ik ook een schijfje citroen of gember mee. Smakelijk!

zondag 20 januari 2013

M: appeltje uit de oven


Ik zag dat jij je goed had uitgeleefd afgelopen weekend met een goed gelukte dichte taart. Nou ik heb ook geexperimenteerd,  maar het liep minder goed af... de eerste keer...
Het recept kwam ik tegen en het leek  (en lijkt nog steeds) fantastisch. Een gevuld heel appeltje met vruchten en noten uit de oven. Of uit de kachel, of een barbeque of een kampuurtje. Maar omdat het te koud is voor een kampvuurtje of een barbeque en wij geen kachel hebben werd het de oven.





Het recept is als volgt:
4 grote appels (gala of granny smith)
2 eetl. rozijnen
2 eetl. walnoten
1/4 kop vruchten  (cranberries, bosbessen, abrikozen, net wat je lekker vindt, maar let op: de opening is niet heel groot en het zit zo vol!)
1/4 theel. kaneel,
1/8 theel. nootmuskaat
2 theel. citroesap (1 theel. voor de binnenkant van de ongevulde appels, 1 theel. door de mix van noten en vruchten)
1 eetl. boter (1/2 eetl. door de mix en 1/2 eetl op de bovenkant van de gevulde appel)



Je legt de appel op een stuk aluminiumfolie, vult de appel , vouwt alles goed dicht en zet het in een oven op 180 graden. Volgens het recept voor 60 tot  90 minuten op bijna 180 graden (350 graden Fahrenheit), maar na 20 minuten was het bij mij al veel te ver... Daar ging het dus fout. Maar ik had dan ook een elstar-appel in huis..(??).

De geur was meteen toen het de oven inging al heerlijk, de smaak was ook goed, alleen hoe het er als een prutje uitkwam was vreselijk om te zien. Niks geen stevige appel met een heerlijke vulling, maar een soort appelmoes...


Nu had ik geen losse vruchten in huis, dus ik had alleen de rozijnen (studentenhaver)/notenvulling, maar dat paste al bijna niet en... ik had kennelijk het alu-folie bij 1 appel niet goed dichtgedaan. Alles van die appel lag in een plasje op de bodem van mijn oven. Heel plakkerig dus lang moeten laten weken om het weer schoon te krijgen.

Tijd voor een experiment dus!

links:elstar, midden: royal gala, rechts:granny smith
Nog 1 maal een elstar, had ik nog steeds in huis, maar nu korter in de oven en op 150 graden, en een royal gala en een granny smith, mogen wellicht wat langer in de oven... maar ga ik elke 5 minuten even testen. En nu een bakblik eronder zodat niet heel mijn oven onder zit als het fout gaat, al heb ik het alu-folie nu stevig dichtgevouwd en ga ik dus steeds kijken.


En het resultaat:
Elstar 20 minuten in een voorverwarmde oven van 150 graden, de royal gala en de granny smith 25 minuten ook op 150 graden.
Alle appels bleven heel en zacht meegevend zonder een prut te worden. Gelukt dus!
De vulling is los, dus bij het doorsnijden viel het meteen van zijn plaats...
En dan de smaak: de elstar is iets melig maar verder goed van smaak. De nr 1. De royal gala is wat frisser/zuurder en iets steviger en de granny smith vind ik  te zuur en niet echt lekkker.
Mijn jongste kreeg een bordje voorgezet en gaf het even later terug met de mededeling:"ik vind een appelflap toch lekkerder"


Tja, leuk idee, erg gezond want er zit geen suiker, honing of iets anders zoets in, heerlijk warm in koude dagen, het presenteert leuk, maar nee wij houden het dan toch op appelflappen of appeltaart.
en dan daar op varieren met noten en allerlei vruchten. Of... nog eens proberen maar dan met een vleugje honing??






C: Moestuin deel 4: Zaden, hoe en wat.


Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 4:

Het begint met een zaadje:

Het blijft toch verwonderlijk, dat uit één zo'n klein zaadje een dikke wortel, pompoen of wat dan ook kan groeien. Dat is volgens mij de kick van iedere moestuinbezitter. Om te ervaren dat je kunt oogsten wat je ooit hebt gezaaid, wetende dat het allemaal begon met zo'n minuscuul klein zaadje. 
Voor mij is dat het begin van het jaarlijks grote avontuur. Het maken van de plannen, het bladeren door catalogi, het uitzoeken, bestellen en kopen. Maar zeker ook van de grote doos weer uit de kelderkast tevoorschijn halen, met daarin het zaad van voorgaande jaren, gekocht óf zelf geoogst van eigen planten. Wat heb ik nog, zou het nog kiemkrachtig zijn?
Op een vroege ochtend ben ik eens alles gaan napluizen, onder grote belangstelling van Cousje. De zakjes alvast onderverdeeld in de verschillende groepen (Peul-, kool-, blad-, vrucht-, en wortelgewassen.) Hier en daar heb ik al de nieuwe zaden besteld maar ik heb ook nog wel een aantal (soms behoorlijk) oude zakjes liggen. Hmmmm, zou dat nog wat doen, of moet ik nog bijbestellen?

Ouder zaad:

Het is natuurlijk zonde om nieuw zaad te bestellen als je nog zaad hebt liggen. Alleen is het bij twijfel wel verstandig om te checken of die zaadjes nog voldoende kiemkrachtig zijn. M.a.w. hoeveel procent nog wil ontkiemen. Als zaad al die tijd goed is opgeslagen (koel, donker, vorstvrij, droog, in papieren (ademend) zakje of in originele onaangebroken verpakking) dan kun je de volgende houdbaarheid-indicatie aanhouden: (velt 2006)
  • 1-2 jaar: suikermaïs, schorseneer, ui, pastinaak.
  • 2 jaar: peulvruchten, prei.
  • 4 jaar: tomaat, aubergine, paprika, peen.
  • 4-5 jaar: meeste bladgewassen, koolsoorten, rode biet, komkommer, pompoen.   
Maar wordt het ouder dan dat of twijfel je over de condities waaronder het bewaard is geweest dan loont het de moeite om een test te doen. Deze maand is daar de perfecte tijd voor!

Eerst iets over de achtergrond van het kiemen:

Het meeste zaad heeft warmte, donkerte en iets vochtige condities nodig om te kunnen ontkiemen. Is dat aanwezig dan ontkiemen ze over het algemeen zeker binnen 3 weken, vaak al binnen een week.  
Soms zijn er uitzonderingen, bijvoorbeeld dat zaden een koudeprikkel of lichtprikkel nodig hebben als signaal om te ontkiemen. Zaad wat een koudeprikkel nodig heeft komt voor de moestuin niet zo veelgebruikt voor (vlier, walnoot, framboos). Maar er zijn wel een paar veelvoorkomende zaden die een lichtprikkel nodig hebben en dus niet te donker (en/of te diep in de grond) mogen staan. Sla, wortelen en selderij zijn daar voorbeelden van (en de meeste onkruiden trouwens.)
Is een zaadje eenmaal ontkiemd en vormt het groen, dan is licht uiteraard van levensbelang.

Ook vocht is cruciaal. Maar té vochtig is niet goed. Druk zaadjes goed aan in licht vochtige grond en zorg dat ze verder niet uitdrogen. Eventueel bedekken met een laagje (doorgeprikt) folie.

Warmte is enigszins afhankelijk van het soort zaad. Warmteminnend zaad zoals tomaat, aubergine, pepers, pompoen, maïs, komkommer, meloen etc. willen graag boven de 15 graden C. zitten, liefst nog warmer. Slazaad zit liever iets koeler. Tuinbonen, erwten, veldsla en spinazie kunnen al ontkiemen bij een temperatuur van 5 graden C. Die zijn beter opgewassen tegen kou en kunnen dus redelijk vroeg in het seizoen al naar buiten.

De kiemkracht-test:

Voor de kiemkracht-test van twijfelachtige zaden heb je nodig:

  • Keukenpapier. (geen wc-papier, dat valt te snel uit elkaar) of katoenen wattenschijfjes.
  • Plantenspuit (is makkelijk maar niet per se noodzakelijk)
  • Aluminiumfolie, vershoudfolie en/of ziplockzakjes.
  • 10 zaadjes per soort


Leg tien zaadjes van dezelfde soort op een vochtig gespoten keukenpapiertje. (Je neemt tien zaadjes omdat je wil achterhalen hoeveel procent er straks kiemt, dan is makkelijker rekenen.)
Vouw het keukenpapier samen en druk het goed aan zodat de zaadjes rondom contact maken met het vochtige papier. Eventueel nog wat natspuiten (maar niet zeiknat) en het keukenpaier nog een paar keer vouwen.
Doe nu het geheel ín een zakje (of onder wat vershoudfolie of aluminiumfolie) en noteer de naam en de datum. Leg op een warm plekje weg maar zorg dat het niet kan uitdrogen. Wees niet bang voor zuurstoftekort. In het water, keukenpapier en zakje zit genoeg voor een paar dagen.

Check om de paar dagen of er al leven inzit door het keukenpapier eventjes open te vouwen. Eventueel weer wat vochtig spuiten. Als na 3 weken slechts 2 à 3 zaadjes ontkiemd zijn dan kun je het zaad beter nieuw kopen. Komt de helft op dan kun je het zaad nog wel gebruiken maar weet je dat je minimaal het dubbele moet zaaien voor je gewenste aantal. Komen er 8 of meer op dan is het zaad nog goed genoeg om gewoon te gebruiken.

Ik verwacht eerlijk gezegd niet erg veel van dit zaad. Het is al bijna 9 jaar oud. Maar je weet ooit nooit... Er zijn verhalen bekend van zaden uit Egyptische of Chinese graftombes die na bijna 2000 jaar nog ontkiemden! Altijd de moeite om te testen dus!

 Moeilijk zaad:

Een andere reden om deze test uit te voeren is als je zaad hebt wat er heel lang over doet om te ontkiemen (pastinaak, selder) en/of waarvan je zo gauw mogelijk wil weten of het zaad wel levensvatbaar is. Het kan je de zekerheid geven dat het wel goed zit als je weet dat er al een klein worteltje tevoorschijn komt. Zet het dan over in een zaaibakje en verder geduldig wachten op het eerste groen. Op de meeste verpakkingen staat wel wat de verwachte kiemtijd is.
Zo heb ik bijvoorbeeld zaadjes gekocht in Engeland van een witte aardbei. 10 zaadjes kreeg ik thuisgestuurd  met daarbij de informatie dat ze nu ongeveer gezaaid moeten worden en dat ze er 3 à 4 weken over doen om te ontkiemen, bij een constante temperatuur van rond de 20 graden... Slik..over moeilijk doen gesproken! Piepklein zijn ze. De eerste 5 heb ik nu in keukenpapier en plastic in een kasje op de verwarming staan. 's Nachts gaat er een verwarmingselementje bij.. (net een couveuse) De andere 5 hou ik nog even achter de hand. Zodra ik zie dat de eerste 5 aanslaan dan gaan die ook meteen, en anders is het een tweede kans. Waar ben ik aan begonnen? Witte aardbeien, tsssss...

Deze maand is de perfecte tijd om twijfelachtig zaad te testen. Mocht je namelijk moeten bijkopen dan ben je nog ruim op tijd. Wacht je langer dan loop je het risico dat het al uitverkocht is! Tegen maart gaat het opeens heel snel.
Van zaad waar je geen twijfels over hebt kun je best wachten met zaaien tot de gewenste zaaitijd zoals op de verpakking staat. Of je moet genoeg ruimte hebben op je vensterbank of in een verwarmde kas natuurlijk. Het voordeel van vroeger (binnenshuis) zaaien is dat je plantjes al flink op weg zijn tegen de tijd dat ze buiten uitgeplant kunnen worden. Dat betekent ook eerder oogst, minder kans op ziektes etc. Het grote nadeel is vaak het gebrek aan voldoende zonlicht voor de kleine tere zaailingen. Met het gevolg dat ze een beetje slap en sprietig kunnen opgroeien. Eigenlijk moet je dan voor groeilampen zorgen om ze van voldoende licht te voorzien. Daar moet je maar net zin, geld en ruimte voor hebben.

Zaad kopen en bestellen:

Zaad (voor groenten, kruiden en bloemen) kun je bijna overal kopen. Bij tuincentra of boerenbonden, zelfs supermarkten verkopen het tegenwoordig. Vaak is het wel wat algemener zaad en niet ecologisch.
Voor online ecologisch zaad kun je het beste terecht bij de Bolster.
Zoek je zaden die meer afwijken, bijvoorbeeld qua kleur, vorm etc. en (heel) soms ecologisch, kun je kijken bij Vreeken's Zaden. Bij beiden heb ik wel eens besteld. Over de Bolster ben ik heel tevreden. Bij Vreeken's hebben ze soms wat langere wachttijden in het hoogseizoen, vooral als je niet op tijd gereserveerd of besteld hebt. Als je daar rekening mee houdt is er niets aan de hand.
Mijn tuinvereniging heeft ook de catalogus van Garant zaden. maar daar heb ik zelf verder geen ervaringen mee.

F1-hybriden of zaadvast:

Nog een laatste tip bij het kopen of bestellen van zaad. Wil je zaad kopen om na de oogst weer zaad van te kunnen winnen voor volgende jaren, koop dan geen hybride-rassen. Commercieel zaad uit de beroepsteelt is vaak hybride zaad, of F1 hybride. Dat betekent dat dat ras specifiek geteelt is op bepaalde geselecteerde eigenschappen. Bijvoorbeeld kleur, vorm, smaak, ziekteresistentie etc. De plant die daaruit groeit heeft gegarandeerd die eigenschappen. Maar dat betekent niet dat het zaad wat die plant vervolgens maakt óók al die geselecteerde eigenschappen heeft. Daar kunnen weer hele andere eigenschappen van "voorouders" tussen zitten waardoor er een hele mix van verschillen ontstaan. Wil je dat niet dan zul je elk jaar opnieuw nieuw zaad moeten kopen... óf....
Wil je de garantie dat de plant, en ook het zaad, jaar na jaar dezelfde eigenschappen houdt, koop dan zaad wat zaadvast is. (Soms zie je dat ook als definitie Heirloom of Heritage staan.) Dat zijn zaden die generatie op generatie zijn doorgegeven en dus vaak oude rassen betreft. Je bent zo minder afhankelijk van de commerciële zadenhandel...ook wel fijn!

Zaadrepen:

Nog niet toe aan het zaaien maar al wel voorbereidingen willen treffen voor straks?
Denk eens aan het maken van zaadrepen, beschreven in een eerdere blog. (klik voor link hier.)

Veel plezier allemaal.



donderdag 17 januari 2013

C: Moestuin deel 3: teeltplan

Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 3:

Het teeltplan (3 gouden regels):


Buiten ligt een dik pak sneeuw. Alle activiteiten ín de moestuin liggen stil, maar dat houdt niet in dat je niet met je moestuin bezig kunt zijn! Nu is de perfecte tijd om je teeltplan te maken of bij te stellen.
Een teeltplan is niets meer of minder dan bepalen wat je komend jaar gaat zaaien en planten, en waar het komt te staan in je moestuin.
Bij het bepalen van je teeltplan zijn er een drie gouden regels:

  • Plant of zaai alleen groenten en fruit die jij (en je gezin) lekker vindt en ook écht gaat eten. Het heeft namelijk weinig zin om een prachtige moestuin te hebben als je niets lust van de oogst. Lijkt me logisch, toch?
  • Plant en zaai alleen datgene waar je moestuin zich voor leent. Dat heeft met grondsoort, zonlicht en ruimte te maken. Nu kun je de grondsoort plaatselijk wel aanpassen voor bepaalde planten of struiken, maar als je veel schaduw in je tuin hebt of maar beperkte ruimte dan kun je daar maar beter rekening mee houden. Dat voorkomt een hoop frustratie. (over het algemeen geldt: Gewassen waarbij het gaat om blad of stengel kunnen wel wat schaduw verdragen (3-6 uur zon per dag) zoals: Sla, snijbiet, brocolli, bloemkool, bonen, peulen, rode biet, spruitjes, spinazie etc. Gewassen waarbij het gaat om fruit of wortel willen graag veel zon (6-8 uur zon per dag).
  • Plant en zaai alleen datgene waar je ook tijd voor hebt. Je hebt makkelijke gewassen en meer tijdrovende gewassen. Ben je niet in staat om veel tijd te steken in het verzorgen en bijhouden van je moestuin, richt je tuin daar dan ook op in. Bijvoorbeeld met gewassen die niet erg vatbaar zijn voor ziekten, vorst of droogte, niet snel doorschieten, wel veel bodem bedekken zodat onkruid minder kans krijgt, enz.
Verder zijn er nog een aantal zaken waar je rekening mee kunt houden om het allemaal net ietsje leuker en makkelijker te maken. Bijvoorbeeld:
  • Heb je beperkte ruimte, dan is het principe van "de makkelijke moestuin" waarschijnlijk het meest geschikt. In de tijd dat ik maar een paar vierkante meter tot m'n beschikking had was dat het meest ideaal. Maar kun je meer uitpakken qua ruimte dan is een teeltschema onmisbaar. Zo'n schema maakt gebruik van teeltwisseling (of vruchtwisseling) en combinatieteelt. Daarover straks meer.
  • Richt je ook eens op de gewassen die niet algemeen in de supermarkten liggen. Want in de periode dat je kunt oogsten liggen die groenten vaak ook vrij goedkoop in de supermarkt. Nu is niets zo lekker als vers uit je eigen moestuin, maar ik bedoel maar.. een aparte kleurvariant, of een moeilijk te verkrijgen (vergeten) groente, een bijzondere smaak of vorm. Het kan het allemaal nét iets specialer of economischer maken na alle zorg en liefde die je aan de tuin hebt besteed..
  • Zorg voor risicospreiding en teeltspreiding.  Gok niet op één gewas en zet niet alles tegelijk in de grond. Wil je aardappelen, neem dan vroege, midden en late soorten. Bij aardbeien zowel doordragende als enkeldragende. Kies meerdere soorten sla etc. Op die manier loop je minder risico mocht ergens uitval ontstaan door bijvoorbeeld ziekte, droogte, vorst. En is ook niet alles tegelijk oogstbaar, want dat wordt dooreten anders!
  • Een moestuin is niet alleen groenten. Ook fruit, kruiden of (al dan niet eetbare) bloemen kunnen prima.  Kruidenplanten werken eigenlijk het allerbest bij een moestuin aan huis, zodat je tijdens het koken gauw even wat kunt plukken. Hoe minder vaak je in de moestuin komt hoe beter je daar alleen de langzaam groeiende gewassen neer kunt zetten die je niet per se dagelijks nodig hebt of moet checken. Ik zet bijvoorbeeld geen courgette in de moestuin verderop maar in m'n eigen achtertuintje bij huis. Die dingen groeien zooo snel en zijn eigenlijk het lekkerste als ze niet groter worden dan 20 cm.

Teeltschema:

Bij een teeltschema deel je de gewassen in in een aantal groepen (bedden) en laat je die elkaar ieder jaar afwisselen. Op die manier beperk je het risico op ziekten doordat gewassen niet langdurig in dezelfde grond blijven staan. Voor sommige gewassen is het zelf noodzakelijk dat er een aantal jaar tussenzit eer ze weer in dezelfde grond geplant kunnen worden. De meest gebruikte en optimale indeling gaat uit van een wisselteelt van 6 jaar, dat betekent dus 6 bedden die elkaar afwisselen en steeds een jaar opschuiven. 
Zo'n groepering gaat uit van gewassen die goed bij elkaar in één bed kunnen staan zonder elkaar negatief te beïnvloeden (sterker nog, ze helpen elkaar vaak dmv deze combinatieteelt.) en die ongeveer dezelfde mestbehoefte hebben. Bij de volgorde van de wisseling hou je ook rekening met dezelfde criteria. (Sommige gewassen staan niet lekker in het bed van een voorgaand ander gewas, andere juist wel. En sommige gewassen hebben weinig behoefte aan meststoffen en voelen zich niet goed in een bed wat het jaar ervoor flink bemest is geweest.)

6-jarig wisselplan:

hier werk je met 6 bedden die elkaar jaarlijks afwisselen, de sterretjes geven de mate van mestbehoefte weer: * = geen/matig, ** = veel, *** - zeer veel.
  1. peulgewassen* (vb. bonen, erwten, peulen, linzen)
  2. koolgewassen*** (vb. kolen, spruitjes, broccoli, radijs, raapstelen)
  3. bladgewassen** (vb. spinazie, sla, postelein, warmoes, prei)
  4. vruchtgewassen** (vb. pompoen, courgette, maïs, tomaat, aubergine, paprika, pepers) 
  5. wortelgewassen* (vb. wortelen, ui, biet, knoflook, pastinaak, schorseneer, witlof)
  6. aardappelen* 
Het jaar erop komen de peulgewassen in het bed van de aardappelen en zo rouleert alles een plekje verder omhoog.
Dit is ook het schema wat ik in mijn moestuin aan ga houden. Daarnaast komt er nog een vast bed voor de (groene) asperges, en een vast bed voor de aardbeien. Over de aardbeien zijn de meningen verdeeld. Sommigen beweren dat aardbeien ook ieder jaar mee moeten schuiven, anderen beweren dat ze best een aantal jaar op dezelfde plek kunnen staan. Ik probeer eerst het laatste. Werkt dat niet naar m'n zin dan kan ik ze altijd nog meenemen in het schema.

Het teeltschema in de permacultuur:

Voor de liefhebbers en geïnteresseerden dit extra blokje. Als je richtlijnen van de permacultuur in je teeltplan wilt verweven hou dan rekening met het volgende.
In de permacultuur gaan ze ervan uit dat alles in je tuin zoveel mogelijk verschillende functies heeft (gericht op ofwel mens, dier als een ander plantgewas) liefst minimaal 3 functies. Bijvoorbeeld. Het plaatsen van een bessenstruik heeft functie in de vorm van: oogst als voedsel voor de mens (1), het kan dienen als windkering voor andere gewassen (2) het trekt, en biedt bescherming aan, vogels die je tuin ongediertevrij houden (3).
Tevens gaan ze uit van de regel dat elke functie op zijn beurt weer minimaal 3-maal wordt ondersteund. Bijvoorbeeld, voor de oogst van vruchten moet je niet afhankelijk zijn van één soort bessenstruik, zorg bijvoorbeeld naast een blauwe bes óók voor een framboos en een braam. Zorg naast de bessenstruik ook voor twee andere vormen van windkering voor gevoelige gewassen en voor minimaal 2 andere manieren om ongedierte in je tuin (natuurlijk) aan te pakken. Het is een ultieme vorm van risicospreiding en kan je dus aan het denken zetten wat je allemaal kunt toepassen om je tuin op zo'n natuurlijk mogelijke manier sterk te maken zonder té afhankelijk te worden. De combinatieteelt, waar we het eerder over hadden is daar ook al een voorbeeld van, planten die elkaar helpen, ofwel door ongedierte voor elkaar af te weren, steun te bieden, voor luwte te zorgen, grond voor te bewerken door stikstof te binden etc. Ik hou wel van dat soort puzzeltjes! Volop aan de planning dus!

(Volgende keer: Zaden, hoe en wat.)

zondag 13 januari 2013

C: Dichte appeltaart met "pie-bird"


Eens in de zoveel tijd krijg ik goesting om een taart te bakken. Dan wil ik lekker in de keuken staan en helemaal opgaan in het afwegen en kneden, vullen en versieren. De oven aan, lekkere luchten in huis en tot slot een pruttelend warm gebakje toe. Het heeft zoiets huiselijks en gezelligs, en aangezien het buiten onder het vriespunt is, is het wat mij betreft de ideale tijd.
Dit keer was ik ook getriggerd doordat ik de ouderwetse pie-birds had ontdekt. Geen idee hoe ze in het Nederlands genoemd werden.
Een pie bird, of pie funnel, werd in de 19e eeuw gebruikt om te voorkomen dat dichte, dubbelzijdig gebakken taarten overkookten door de stoomvorming in de vulling. Van oorsprong zijn ze van keramiek en vanuit Engeland maakten ze ze traditioneel in de vorm van een merel, vanwege een bekend kinderliedje waarin bezongen werd hoe 24 merels levend en zingend uit een gebakken taart kwamen ter vermaak van de koning.
Hoe dan ook, dat wilde ik wel eens proberen. Heb afgelopen week gauw een eigen pie-bird gemaakt en vandaag kon ik ermee aan de slag. (Mocht je niet zo'n vogeltje hebben dan is er nog niets aan de hand, tegenwoordig maken ze gewoon een paar sneetjes in de bovenste korst, dan kan de stoom er ook uit!)
Het recept van het deeg is als volgt:
  • 325 gram patentbloem
  • 225 gram zeer koude boter (in kleine stukjes snijden en minimaal 'n uur in de vriezer leggen.)
  • 1 theelepel zout
  • 1 theelepel suiker (van mij mag het wel een stukje zoeter dan dit trouwens, de volgende keer.)
  • 6-8 eetlepels ijswater

Om het deeg te maken werk je het makkelijkste met een keukenmachine. Alle ingrediënten behalve het water in de machine doen en een paar keer kort pulserend mengen. De boter heeft dan ongeveer de grootte van doperwtjes. (Het is niet de bedoeling om het helemaal glad te mengen.) Daarna beetje voor beetje het ijswater erbij en telkens kort pulseren. Als het deeg enigszins samenhangt als je erin knijpt is het goed. Teveel water zorgt voor een taaier deeg.
Met de hand kneden kan ook, maar je moet uitkijken dat je het deeg niet te lang bewerkt. Het mag niet te warm worden. Het deeg blijft iets kruimelig.
Vorm er 2 ballen van en wikkel die afzonderlijk in plastic en leg het minimaal een uur in de koelkast (tot maximaal 2 dagen te bewaren.) Met dit weer kun je het ook gewoon even buiten leggen, nog kouder dan een koelkast!

De vulling kan van alles zijn, van hartig tot zoet. Vandaag heb ik gekozen voor een zoete appelvulling, maar je kunt zelf bepalen hoe of wat, natuurlijk.
Ik nam:
  • 100 gram gewelde rozijnen overgoten met een paar eetlepels bruine rum
  • 600 gram appels in schijfjes (golden delicious of granny smith zijn perfect.)
  • sap van halve citroen
  • 100 gram fijn gehakte amandelen (in keukenmachine) Lichtbruin aangeroosterd zijn ze nóg lekkerder.
  • 200 gram (zelfgemaakte kruidige) appeljam (Had ik nog staan en moest op.)
  • 80 gram suiker
  • kaneelpoeder, koekkruiden, kruidnagelpoeder en/of nootmuskaatpoeder naar smaak.

Een iets plattere, schuine schaal (van glas) is het meest ideaal om de taart in te bakken. Bij een springvorm is de rand zo steil en hoog. Je kunt ook niet spieken of de onderkant al gaar wordt tijdens het bakken. Maar die heb ik niet. Dus dan maar zo. De bodem is voorzien van bakpapier en de randen ingevet met boter en bestoven met bloem.
Als het deeg koel heeft liggen rusten, kun je het eerste bolletje gaan uitrollen. Bestuif het aanrecht en de deegroller met bloem tegen het plakken. Rol het ver genoeg uit dat het de bodem en randen van je vorm kan bedekken, op ongeveer 0,5 cm. dikte. Voorzichtig met oppakken, het deeg breekt redelijk snel.
Voordat de vulling erin gaat bestrooi ik de bodem voor de zekerheid nog met wat paneermeel om vocht op te vangen. Ook wat extra kaneelpoeder erbij voor de lekker.
Het taartvogeltje en de vulling gaan erin.
En daarna de bovenste uitgerolde deeglap erover. Druk de twee randen goed op elkaar aan. Kan met een vork of door het samen te vouwen. Ook om de taartvogel heen goed laten aansluiten, en eventueel verder versieren. Net wat je zelf leuk vindt. Vergeet niet: geen pie-bird, dan een paar sneetjes maken in de bovenste deeglaag om het stoom te kunnen laten ontsnappen.

Voor een gouden korst, besmeer je de taart met een ei-mengsel.

  • het eigeel van 1 ei
  • 1 eetlepel room (onbeslagen slagroom)
Samen even doorkloppen en de bovenkant van je taart helemaal insmeren/kwasten.

Leuk trucje om eigeel van eiwit te scheiden: Breek de inhoud van een ei in een laag schaaltje of schoteltje. Pak dan een leeg klein plastic flesje en knijp daar een beetje in terwijl je het boven tegen het eigeel houdt. Knijp vervolgens iets minder hard en door het vacuüm wordt het eigeel een stukje in het flesje gezogen. Probeer constante druk te houden en zorg ervoor dat het niet helemáál in het flesje gezogen wordt, terwijl je het verplaatst naar een schoon schaaltje. Weer wat harder knijpen en het eigeel floept eruit. Helemaal intact. Leuk he?
Ik was het ei alleen vergeten en had de taart al even in de oven staan toen ik erachter kwam. haha. Alsnog het eimengsel op de taart gedruppeld, maar dat werd lang zo mooi niet meer! Je kunt nu trouwens wel goed zien wat het verschil is tussen wel of geen eimengsel.

De taart bak je in een voorverwarmde oven. De eerste 20 minuten op 200 C. Daarna ongeveer 45 minuten op 175 C. Eventueel kun je de rand van de taart halverwege een beetje bedekken met aluminiumfolie als die te hard gaat.

Het blijft een beetje gokken, maar dat maakt het juist wel spannend. Leuk vond ik ook om te zien hoe de taartkorst een beetje op en neer ging in de oven, alsof die kleine zuchtjes gaf en leefde.
En als het er dan uitkomt, wow! Dat is wel even een échte ouderwets lekkere taart! Schouderklopje Chantal!! Even af laten koelen en smullen maar, op de winter!

zaterdag 12 januari 2013

C: Pannenkoeken met patroontjes

De pannenkoeken bij ons thuis vroeger waren legendarisch. Mijn moeder maakte ze altijd vingerdik. Met zwaar volkorenmeel van de molen en belegd met uien, gesmolten kaas en sesamzaadjes. Of met spek en stroop. Je hoefde er maar één van te eten en je zat meteen vol. Heerlijk wintervoer! 
De flinterdunne, of zelfs gewone pannenkoeken zoals je bij vriendinnetjes wel eens at vond ik daarom altijd maar een beetje mwâh, geen écht eten. Meer een slap tussendoortje.
Stiekem vind ik dat nog steeds wel een beetje, maar inmiddels heb ik ook die tussendoortje wel weten te waarderen. Daarmee kun je namelijk dingen doen die je met dat zware volkorenmeel maar met moeite voor elkaar kreeg. Namelijk kunstzinnige pannenkoekjes maken. Het oog eet namelijk óók mee en soms wil je wel eens wat frivolers op je bord. Voor het toetje bijvoorbeeld, met een bolletje ijs.
Zeg nou zelf, dat ziet er toch prachtig uit!!



Het is ook helemaal niet zo moeilijk. Met een mix pannenkoekmeel van de supermarkt, wat (soja)melk en eieren maak je een niet te dun beslag. Giet dat in een knijpflesje en beginnen maar!
Ik giet een patroontje in een warme pan terwijl het van het vuur af staat. (Let erop dat het tuutje niet de warme pan raakt, daar smelt het van.) Daarna terug op de pit en het vuur voor een minuutje hoger tot het loskomt en makkelijk gedraaid kan worden. Daarna nog een half minuutje op de andere kant en dat is het. Een anti-aanbaklaag is hier wel erg handig. En ook tussen de pannenkoeken door ga ik er steeds even met een ingeölied keukenpapiertje overheen. Maar meer is het ook niet. Heb het ondertussen zelfs kunnen filmen! (Al heb ik wel tussendoor de saaie bakstukken even overgeslagen, dat leek me wel duidelijk.)
video
Natuurlijk kun je ook andere figuurtjes maken. Niet alleen voor kinderen leuk hoor! Ook m'n man glunderde ervan. Speciaal voor hem had ik een salamander gemaakt maar die zag er een beetje platgereden uit. (Daar een klodder (rode) jam bij en het wordt wel erg luguber! haha..leuk voor halloween!) Onderstaande voorbeelden zijn wat kindvriendelijker.
Hopelijk krijgen jullie net zoveel zin om iets moois te maken als je krijgt om het op te eten!!
Ben benieuwd wat jullie ervan bakken!
Fijn weekend allemaal.

vrijdag 11 januari 2013

C: Moestuin deel 2: in weer en wind

Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 2:

In weer en wind

Voordat ik zover ben dat ik mijn pas ontgonnen stukje moestuin ga inrichten, ben ik eerst eens goed gaan kijken naar de ligging ervan en naar de nabije omgeving. Veel van het succes van een goede moestuinoogst zit 'm namelijk in het gegeven in hoeverre weer en wind toegang hebben tot je tuin. Dat kan in je voor -of nadeel werken. Door daar nu al rekening mee te houden en op in te spelen kun je proberen een zo'n optimaal mogelijke situatie te creëren.
Het meest ideale zou zijn als je helemaal vanaf 0 start en zelf kunt bepalen waar je je tuin gaat plaatsen zodat je meteen de perfecte ligging kunt uitvoeren. Bij een volkstuinvereniging is die vrijheid er niet helemaal. Je neemt een tuin over en die ligt al zoals die ligt. Maar ook dan zijn er nog wel voorzorgsmaatregelen die je kunt treffen om er het beste uit te halen.

 Zonlicht

In Nederland is de zon geen vanzelfsprekendheid, onze zomers zijn over het algemeen onberekenbaar en wisselvallig. Vandaar dat we moeten proberen om zoveel mogelijk te profiteren van alle zon die we pakken kunnen. Dat krijg je het best voor elkaar door de zuidkant van je tuin helemaal open te laten, de kant waar de zon 's middags op haar sterkst is, en van daaruit van lagere naar hogere gewassen op te bouwen. (Bijvoorbeeld de bedden eerst en daarna pas struiken en tot slot bomen.) Op die manier hoeft niets onbedoeld in elkaars schaduw te staan. Het is dus niet gek om eens een kompas mee te nemen en goed te kijken waar noord, oost, zuid en west is. Schaduw en zon bepalen voor een groot deel wat je waar kunt verbouwen. Bladgroenten houden wel van een beetje schaduw, maar het merendeel wil toch wel in het zonnetje staan. 
Ik ben best tevreden met de ligging van mijn tuin. Ingang op zuidoost. Geen grote bomen bij m'n (over)buren die zon wegnemen gedurende de loop van de dag. En de geërfde appelbomen staan mooi achterin de tuin. Daar zal het dus niet aan liggen.

Zonnewarmte

Naast het licht is ook de warmte van de zon een factor die het een en ander in de moestuin bepaalt. Want naast openheid voor het licht wil je óók beschutting om de warmte zo lang mogelijk te behouden of zelfs te versterken. Een moestuin die helemaal in het open veld ligt is dus niet zo'n goed idee. Van oudsher plaatste men daarom een haag helemaal om de moestuin heen, maar ook daar heb ik tegenstrijdige berichten over gehoord. Het moet er eerder een beetje tussenin liggen. Bij het kopje "wind" zal ik daar wat verder op ingaan. (temperatuur en wind gaan vaak samen)
Het verhogen van de groentebedden is wel een beproefd middel om de grond plaatselijk wat sneller op te laten warmen, wat de oogst ten goede zal komen. 15-20 cm. is al afdoende.
De meest succesvolle manier om meer warmte in je tuin te krijgen is door het gebruik van een kas. Beschutting achter glas of plastic stelt je in staat om zelfs gewassen te verbouwen die eigenlijk niet in ons klimaat thuishoren. Of om je seizoen aanzienlijk te verlengen omdat je vroeger in het jaar kunt beginnen en langer door kunt gaan. Soms zelfs het hele jaar door! Nu hoeft dat niet meteen te betekenen dat je een enorme kas in je tuin moet plaatsen, zelfs een plastic koepel over een bed kan al voldoende zijn. Net wat je van plan bent, maar al wel goed om eens over na te denken nu alles nog kan.

Wind

Wind lijkt heel negatief te zijn want over het algemeen denk je aan koude wind. Maar wind kan ook warme lucht aanvoeren. Het is dus niet iets wat je moet proberen tegen te houden en dat is meteen ook de voornaamste reden om niet je hele tuin ondoordringbaar te omheinen. De zuidzijde is sowieso een zijde om zoveel mogelijk open te laten vanwege de zon (ook het lage winterzonnetje). Maar vanuit sommige windrichtingen kun je het beter wel temperen. 
In Nederland hebben we gemiddeld een zuidwestenwind. (Dat is niet zozeer een koude wind als wel een vochtige.) Wind wat uit het oosten komt voert 's winters koude lucht aan maar in de zomer juist warme lucht. Wind uit het westen doet dat overwegend andersom. Uitgaande van een moestuin, die van voor-tot najaar actief is, kun je dus het beste een windkering voorzien aan de noordwest kant, de kant waar dan de koudste winden zijn te verwachten. En laat je de zuidoost kant open. 
Volgens de kenners werkt een haag het beste. Of lage struiken. Maar ook gewassen uit de moestuin zelf zijn soms geschikt. Erwten of stokbonen zijn niet zo windgevoelig, aardpeer wordt veel gebruikt als windkering. Of planten als zonnebloem etc. Belangrijk is in ieder geval dat de wind geen vrij spel heeft maar ook niet helemaal wordt tegengehouden. Op die manier blijft de balans het beste. 
Bij ons op het complex is het niet toegestaan om hagen als grensscheiding te planten. En de grote conifeer, die precies op het noordwesten staat, wordt weggehaald. Er moet dus zeker wat in de plaats komen om de koude wind te filteren. Gedeeltelijk wordt dat de vlier, op het achterste stuk, en het huisje van de buren helpt ook wel mee maar dan blijven er nog wel wat gaatjes over die m'n aandacht verdienen.

Regen

Daar hebben we genoeg van. Misschien wel teveel. Nederland staat nou niet bepaald bekend als een droog land. Wat zandgrond betreft hebben we een voordeel op dat punt, dat watert goed af en gemiddeld liggen we wat hoger. Maar ook dan kan het grondwaterspiegel soms behoorlijk stijgen. Ik merkte het deze natte decembermaand al bij het opschonen van de tuin. Langdurige natte grond laat plantenwortels rotten en verdrijft het bodemleven. Ook hier helpt het al om verhoogde bedden te maken. Of tenminste een iets bol gemaakte grond zodat het naar de zijkanten kan afwateren. En in het uiterste geval kun je eventueel nog een greppel graven, maar ik denk eerlijk gezegd niet dat het hier zover hoeft te komen.

In de praktijk

Nu ik bezig ben met m'n teeltplan en de indeling, hou ik rekening met de ligging van de tuin ten opzichte van de zon en wind. Maar dan nog ben ik gedeeltelijk gebonden aan vaste patronen. Ik deel de ingang en het lange pad van de tuin met een buurman. Die kan ik niet verleggen. Verder is de tuin smal en diep. Het meest economisch qua ruimte is om de bedden haaks op het lange pad te leggen, al liggen ze dan niet in de ideale noord-zuid richting. Maar binnen die begrenzingen zie ik nog een hele hoop mogelijkheden. En over het algemeen vind ik dat ik dik tevreden mag zijn met de ligging van de tuin en de omgeving. Uiteindelijk is het toch wat je er zelf van maakt, nietwaar?

(Volgende keer: Het teeltplan.)

zaterdag 5 januari 2013

C: Moestuin deel 1: ontginnen

Eind november 2012 kreeg ik mijn langverwachte eigen tuin (van bijna 100 M2) toegewezen bij de plaatselijke volkstuinvereniging. Een geschenk uit de hemel, want dit betekent dat ik nu eindelijk de ruimte heb om weer flink uit te pakken, nadat ik een paar jaar m'n gerief kwijt moest op slechts 3 vierkante meter!!
Aangezien ik wel helemaal van voren af aan moet beginnen met dit lapje grond leek het me een goed idee om bij te houden wat er allemaal komt kijken bij het opzetten van een eigen moestuin. Zo kan ik in de loop van het seizoen steeds stapsgewijs laten zien wat er aan werkzaamheden om de hoek is komen kijken.
Ik zit hier op zandgrond en mijn voornemen is om ecologisch (klik voor info) te tuinieren met hier en daar een toefje permacultuur (klik voor info).
Vandaag deel 1:

Het ontginnen van de moestuin.

Helaas is het bij een volkstuinencomplex vaak zo dat als je een tuin overneemt, dit niet de meest bijgehouden tuin is die er bestaat. De vorige huurder heeft namelijk vaak z'n redenen gehad om er mee te stoppen, meestal omdat er flink de klad in is gekomen. Je kunt dan dus wel verwachten dat je niet meteen kunt beginnen met zaaien en planten, maar dat je daarentegen eerst de tuin weer van onkruid en verwoekering moet verlossen.
Zo ook in mijn geval. Brandnetel, braam en zevenblad zag ik, en dat hield automatisch in dat er meer sprake was van alles rigoureus ontginnen en opschonen, dan alleen maar wat schoffelen en wegtrekken. Pfoe.. een hels karwei, kan ik je zeggen. Ik begon een beetje overmoedig de eerste keer en werkte veel te lang door. Het gevolg.. flinke spierpijn en zelfs een week of twee rugpijnscheuten. Niet goed! Gelukkig viel er daarna sneeuw en had ik een goede reden om het rustiger aan te doen.
In de kerstvakantie (twee weken vrij!) heb ik wel weer veel kunnen doen. Het weer was zacht en met buienradar kon ik de regen omzeilen. Iedere dag ben ik gegaan (m.u.v. 1e kerstdag en nieuwjaarsdag) en iedere dag nam ik me voor om maar een strekkende meter voor m'n rekening te nemen. Het moet wel te doen blijven namelijk, beter voor m'n rug én m'n gemoed! En zo ploegde ik langzaam maar gestaag voort. Met het volgende resultaat:
14 meter aan grond opgeschoond. Met een breedte van bijna 4 meter. Dat is zo'n 55 vierkante meter in totaal, zonder rugpijn!! Ik ben erg in m'n nopjes met mezelf.

Techniek van opschonen:

Ik ben niet zo voor het spitten van de grond. Ben van mening dat dat voor zandgrond ook helemaal niet nodig is. Dat is van nature al los en luchtig genoeg. (Voor kleigrond is dat uiteraard anders.) Het grote nadeel van spitten is dat je de grondlagen met de bodemorganismen danig in de war schopt. Die hebben van nature een bepaalde gelaagdheid naar zuurstofbehoefte wat je dan helemaal overhoop gooit.. dat komt een evenwichtige bodem niet ten goede.
Bovendien heb je grote kans dat je met spitten oude zaden omhoog haalt die dieper in de grond lagen te wachten, met als gevolg dat er al gauw meer gaat ontkiemen dan je wilt.
Maar in het geval van zevenblad (aaaghr, bestaat er een erger onkruid?!?) en brandnetel is spitten ook niet de beste methode. Door spitten zul je al gauw de wortels daarvan doormidden steken, en zoals je misschien wel weet zal elk stukje wortel weer uitgroeien tot een nieuw plantje...al is het maar een halve centimeter lang. In plaats van dat je weghaalt maak je er alleen maar meer van! Dat kan niet de bedoeling zijn.
De manier waarop ik het heb aangepakt is met de niet kerende methode. Je steekt een riek in de grond en wipt het al schuddend omhoog. De grond raakt los maar valt tussen de tanden omlaag zonder omgedraaid te worden. Wortels blijven aan de tanden hangen en komen mee omhoog waardoor je ze kunt verwijderen. Dit kun je op lastige stukken een paar keer op dezelfde plek herhalen, zodat je alle worteltjes zo goed mogelijk kunt weghalen. Al ben ik niet in de illusie dat ik echt absoluut álles heb weten op te vissen hoor, wel veel. Vooral zevenblad is erg hardnekkig. Het spreekwoord is niet voor niets dat onkruid niet vergaat!

Het is veel bukken. En behoorlijk concentreren. Op een gegeven moment zag ik 's avonds in bed, met m'n ogen dicht, nog steeds wortels op m'n netvlies, haha.. echt waar! En eerlijk gezegd had ik er tegen het eind ook niet erg veel plezier meer in. Maar het belangrijkste deel is gedaan (het groentedeel). Het ontginnen van het achterste stuk (het fruitdeel) komt later. De conifeer wordt ergens binnenkort gekapt. Een grote bananenboom heb ik al weggehaald. Mijn tuinerfenissen (braam, frambozen en druif) zijn gesnoeid. Voorlopig lig ik dus op schema.
Rest me alleen nog om het ontgonnen stuk nu zolang af te dekken (kan met karton of plastic) zodat het zonlicht het achtergebleven onkruid (hopelijk niet veel) niet kan laten ontspruiten. Voor een stuk grond is zo braak liggen erg onnatuurlijk en geen lange termijn optie. Regen zal veel voedingsstoffen uitspoelen. (Het nadeel van zandgrond.)
De volgende stappen zijn het maken van een teeltplan, het maken van de bedden, het naar behoefte voorbereiden/bemesten van de bedden etc. etc. 
Daarover gauw meer want voor je het weet is het al voorjaar! Zucht, had ik maar langer vakantie!

(Volgende keer: Rekening houden met weer en wind).